
Economie
24 mrt 2026, 19:02 - Update: 25 mrt 2026, 10:36
Er gaat jaarlijks ruim drie miljard euro naar Oekraïne. Ondertussen lopen de prijzen voor brandstof en energie hard op, maar compensatie daarvoor laat op zich wachten. Ruim vier jaar na de grootschalige inval van Rusland in Oekraïne, gaat de Tweede Kamer er opnieuw over in debat. De vraag is: hoe ver moet Nederland gaan in haar steun? Politiek verslaggever Pim Sedee ging in gesprek met Kamerleden. Zie bovenstaande video.
De hoge benzineprijzen en energierekeningen drukken zwaar op huishoudens en ondernemers, en dat schuurt met de miljardensteun richting Oekraïne. 'Dan heb je gewoon je prioriteiten niet op orde', vindt opiniemaker Wierd Duk.
Wierd Duk, opiniemaker
Het kabinet zou werken aan compensatiemaatregelen, zoals een mogelijk energiefonds en steun voor lagere inkomens. Onder andere Hans Vijlbrief - de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid - zegt op z’n vroegst in mei met maatregelen te komen. 'In mei!', schreeuwt Thomas van Groningen uit. 'Het is nu eind maart!'
'Ik denk dat als het echt zó doorgaat, dat er wel eerder steun komt', reageert politiek verslaggever Pim Sedee.
In Den Haag lijkt de politieke lijn voorlopig helder: er is brede steun om de miljardenhulp aan Oekraïne voort te zetten. Veel Kamerleden zien de oorlog niet alleen als een ver-van-ons-bed-show, maar als een directe kwestie van Europese veiligheid.
Tegelijk groeit het ongemak. Want terwijl een meerderheid in de politiek vasthoudt aan steun, laat onderzoek zien dat een groter deel van de Nederlanders liever eerst verlichting ziet aan de pomp en op de energierekening. 'We doen niks aan die energieprijzen én geven krankzinnig veel aan Oekraïne. Typisch Nederland', aldus opiniemaker Wierd Duk.